Verloren bonnen in de sneeuw

familiespook 091De Duitse oorlogsmachine liep in Rusland vast, de Februaristaking brak uit, verzetslieden werden bij  bosjes geëxecuteerd, de eerste treinen met Joodse buurtbewoners vertrokken  richting Westerbork, en de Nieuwmarktbuurt, kreunde onder de winters. Besneeuwde straten. IJs in de grachten. Hout en andere brandstoffen voor de noodkacheltjes waren niet aan te slepen. Maar de kinderen hadden plezier. IJspret. ‘Ik kan mij nadien niet meer herinneren dat ik zulke strenge winters had meegemaakt als tijdens de oorlog.’ Het waren dezelfde winters die voor ontelbare familieoverleveringen zorgden. Ook bij Kees thuis. Verhalen die altijd verteld werden als de rayonhoofden in Friesland bij elkaar kwamen, en de kolenkachel in de huiskamer roodgloeiend stond.

Losse schotsen
‘Ontzéttende koude winters’, bevestigt Kees. ‘In mijn beleving duurde die maandenlang. Wij schaatsten veel op de grachten. Door het weinige verkeer en omdat er niets geruimd werd lagen de straten dagenlang vol met sneeuw. En met spelende kinderen. Sleetje rijden. Wij op de slee, en mijn vader daaraan trekken. Die man had trok zich daar bijna een breuk aan. Of doodgewoon glijen over de sneeuw.’
Sleetje rijden, sneeuwballen gooien, leuk, maar wél voor de jongste. De pubers amuseerden zich op een heel andere manier. Schotsen springen. In de ogen van Kees verschijnt een schittering. Hij verhaalt over een klein heldenepos. Met broer Frans in de hoofdrol. ‘IJsbrekers hadden het water in de Oude Waal opengebroken. In de vaargeul dreven losse schotsen. De oudere jongens daagden elkaar uit wie daar overheen, naar de overkant durfde te springen.
Copy of familiespook 106Met als extra dimensie dat die gracht behoorlijk breed is. Ik vond dat nogal  spannend. Er was niemand die daar de lef voor had. Op één na: Frans.’  Een oudere broer als held. Voor een jochie van tien jaar maakte dat diepe indruk. Kees weet dan ook precies wanneer dat plaatsvond. ‘In de winter van 1944. Frans sprong van schots op schots. Je kon daar niet te lang op blijven staan want dan kantelde die. Ik zag met eigen ogen hoe hij soepel de overkant haalde. Het was bloedlink. Eén keer mis springen en hij was verzopen als een kat. Een huzarenstuk’, verzucht Kees.

Paniek roepen
1944, dezelfde winter waarin Kees ook een hoofdrol voor zich opeiste. Weliswaar een kleine, maar toch. ‘Het was de beruchte hongerwinter. Om de zoveel tijd werden voedselbonnen uitgedeeld. Zonder deze kreeg je geen voedsel, wat overigens niet veel voorstelde.  Je kreeg één brood per week. Een ongekende ramp als je deze bonnen kwijtraakte. Het had die ene dag behoorlijk gesneeuwd. Wij waren op straat aan het spelen. Hoorden wij opeens de buurman in paniek roepen of iemand zijn bonnen gevonden had. Die man was ze op weg naar de bakker, verloren. Weet nog goed dat volwassenen daarover stonden te praten. Ik stond daarbij, en schoof verveeld met mijn schoen over de verse sneeuw.
Copy of familiespook 107Zie ik opeens die bewuste bonnen onder de sneeuw liggen. Ik had ze voor hem gevonden.’

Foto 1: Rechts neef Jan Immig. Foto 2: Vader Kees aan de slee. Voorop Rietje met Ansje.
Foto 3: Op de slee Lies met Ansje. Op de stoep sneeuwballen gooiend en tweede van rechts, Kees.

Advertenties

Knallende oudejaarsavonden

keesoorlogs 018‘Buuf, buuf’, klonk het. Mevrouw Allers, wonende op nummer elf en hangend over het balkon, riep moeder Coba. De laatste, schrobbend aan de wasplank, ging zuchtend en kreunend even een kijkje nemen. ‘De fruitschepen zijn gearriveerd’, schreeuwde mevrouw Allers met kleine schuimvlokjes in haar mondhoeken. De sociale cohesie in de Nieuwmarktbuurt was groot. De mededeling van de buurvrouw kwam als geroepen. De oorlog vorderde. Bombardementen op Duitsland werden opgevoerd. De repressie van ‘de mof’ was wurgend. Was er voorheen nog redelijk voedsel te krijgen, werd dat geleidelijk minder. Door de inventiviteit van Kees senior had het gezin geen honger. Waar ze  wél een gebrek  aan hadden waren de zogenaamde zuidvruchten, oftewel vitamine C. Jan, Lies, Mien, Frans, Kees, Ansje en Reggie hadden daar een tekort aan. Eigenlijk heel Amsterdam. 

Lastageweg
Maar dan zijn er die verrassende uitzonderingen. Zoals de zogenaamde fruitschepen. Boeren met een grote oogst leverde dat, vaak zonder toestemming van de bezetter, af in Amsterdam. ‘Soms kwamen er binnenvaartschepen met fruit en groenten in de buurt. Deze meerden dan af bij de brug ter hoogte van de Kromme Waal en de Lastageweg. Als zo’n schip aankwam, vloog dat nieuws als een lopend vuurtje door de buurt.’
Copy of familiespook 071Moeder Coba, druk met een huishouden van acht kinderen waaronder twee baby’s, had geen tijd. Jan en Kees wel. ‘Wij werden door moeder dan met een grote tas en geld daarop af gestuurd. Wij waren niet de enigen. De rijen liepen vaak door tot halverwege de Lastageweg. Dan was het hopen dat, als je aan de beurt kwam, het niet uitverkocht was. Wij kochten dan kilo’s appelen. Die werden op zolder gelegd om verder te rijpen. De overtollige groenten werden door moeder in glazen weckpotten gedaan en in een kast op de veranda bewaard.

Oudejaarsavond
Kinderen hebben een relatief herinneringsvermogen. Die weten alleen nog de leuke zaken des levens. Hoe gruwelijk de oorlog ook was, voor Kees en zijn broertjes was het één groot avontuur. Soms nog bloedgezellig ook. Zoals de oudejaarsavonden.
‘Op deze avonden kwam ome Jan, de broer van mijn vader met zijn gezin  bij ons. Vader en zijn broer waren boezemvrienden. Dat klikte dus. Ook met hun kinderen, zes stuks, konden wij het goed vinden. De hele dag had moeder oliebollen staan bakken. En in de avond, als de gordijnen dicht waren, de potkachel stond te loeien, zaten wij met zijn allen aan de grote tafel en onder de lamp. Boerenpotten! Een kaartspel. Wij kregen dan chocolademelk. Had pa op de zwarte markt versierd. Wij vonden dat heerlijk. Om half elf moesten dan de kleintjes naar bed.’ Het waren  onvergetelijke oudejaarsavonden.

Lichtspoormunitie
Met dank aan de jongens van de Kriegsmarine op het marineterrein. Matrozen, dienstplichtigen van boven de veertig jaar. Te oud om de U-boten te bemannen. Maar nog uitstekend geschikt om het luchtafweer te bedienen. Ook op de Amsterdamse marinewerf. ‘De moffen vierden ook oudejaarsavonden’, gaat Kees verder. ‘Wat zich, op die doodstille  avond in die kazernes afspeelden weet ik niet. Ik weet wél wat  er precies kwart over elf gebeurde. Op dat tijdstip begon iets dat ik nooit meer zal vergeten. Wat diepe indruk maakte op een jochie. De moffen begonnen dan het oudejaar uit te schieten.
Met hun kanonnen. Alles wat kon schieten  begon dan te blaffen. Project5Lichtspoormunitie vloog met slierten  door de donkere nacht, schijnwerpers als strakke, lichtgevende vingers in de lucht. Ongelofelijke knallen. Het was gewoon sprookjesachtig. Die moffen schoten het oude jaar uit. En precies om middernacht was het afgelopen. Dan heerste weer doodse stilte’.

Foto 1: De gaarkeuken op de Rechtboomssloot.
Foto 2: Moeder Coba met Mientje en Frans.
Foto 3: De broertjes Jan en Kees.

Verjaardag om nóóit te vergeten

Project1Het waren nachten die zich afspeelden in de twilightzone. Die je niemand gunt. Nachten met een patent op een trauma. Waarin de latente angst dat er iets ongrijpbaar stond te gebeuren als een klamme deken over de stad hing. In slaapkamers waar nachtrust ver weg was, werd strak geluisterd.  Naar een geluid dat collectief het bloed in aderen liet stollen.  Want het stotterende, onheilspellende, helse gedonder van een aangeschoten bommenwerper. Maar eerst vertellen dat de bombardementen op Duitsland werden opgevoerd. Overdag door de Amerikanen. En in de nacht door de Britten. Zodra de duisternis was ingevallen vlogen honderden toestellen van de RAF over de stad. Doel: het Ruhrgebied. Wat Kees senior telkens verlekkerd deed uitroepen: ‘Coba ze krijgen weer de volle laag’. Enkele uren later hoorde de stad de eskaders weer terug komen: de klus zat er op. Maar niet voor de buurt: want daar begon het  wachten: op het sinistere geluid van een aangeschoten toestel. 

Halifax
Ook in de nacht van 26 op 27 april 1943. Het was de nacht van Kees’ zijn negende verjaardag. Die hij tot op hoge leeftijd nooit meer vergeten is.  Met  dank aan die eenzame viermotorige Halifaxbommenwerper.  Aangeschoten boven Duitsland. En wanhopig vechtend om de veilige thuisbasis ‘Engeland’ te halen. Wat niet lukte.
Kees:  ‘Ik werd een dag later negen jaar. Van opwinding kon ik sowieso niet slapen. Ik, maar de hele familie hoorde dat toestel aankomen. Laag vliegend over de stad.  Dat hij in Amsterdam neer ging storten was zeker. Maar waar? Wij lagen sidderend in bed. En hoorde een onwaarschijnlijke harde explosie.
11206935_10204331354193782_8640374746317400777_nVanuit het slaapkamerraam zag ik de inktzwarte, Amsterdams hemel helemaal rood worden.’ Kees heeft het over de crash van de genoemde Halifax. Waarbij de  God der wrake echt bestond. Kees gaat uitleggen.  ‘Dat toestel kwam terecht naast het Carltonhotel op het Singel. Maar wél boven op een gebouw waar officieren van de Kriegsmarine hun club hadden. En waar ze ook de nacht door brachten. Veel moffen kwamen daarbij om. Maar wij, de familie, en de buurt waren ontsnapt aan een grote ramp. Ging dat  toestel enige seconden eerder neer dan waren wij de klos.’

Aanslag op het bevolkingsregister
3LGrseDe nacht van 27 maart 1943. Bij het bevolkingsregister, gevestigd op de Plantage Kerklaan,  lopen Duitse wachtposten plichtmatig hun rondje.  Op de oerwoudkreten vanuit Artis na is het rustig. Een stilte die even later doorbroken wordt door een heftige explosie. De verzetsgroep van Gerrit van de Veen, via de achterkant heimelijk binnengedrongen, had het bevolkingsregister opgeblazen. De boel stond flink in de hens. Doel: de persoonsregistratie te vernietigen waar de bezetter eindeloos uit kon putten. De aanslag kwam in de Montelbaanstraat als geroepen. Want daar waren grote zorgen. Over zoon Frans, in 1944 zestien jaar geworden. Oud genoeg om volgens het bevel in Duitsland te gaan werken. Kees senior had vernomen dat de persoonskaart van zijn zoon vernietigd was. Niets aan het handje dus. Geen reden om zorgen te maken. Wat niet waar was. Duitsers mét hun beruchte Gründlichkeit kennende vertrouwde de vader dat niet. Enfin, laten we Kees dat maar vertellen: ‘Het gezin was katholiek. Wij waren allemaal gedoopt in de Nicolaaskerk. En daar zat het probleem. De doopakte van Frans. Voor Duitsers makkelijk op te vragen. Pa wist het met de pastoor op een akkoordje te gooien. De laatste was bereid om de geboortedatum van Frans te veranderen. Na de oorlog brak pa dat op.
12166827_1691674404400206_1742167377_nHoe hij ook zijn best deed, niemand wilde de geboortedatum weer terug zetten naar 1928. Na de groots mogelijke moeite is hem dat uiteindelijk gelukt.’

Foto 2: Tijdens de oorlog kwamen meerdere bommenwerpers op de stad en zijn directe omgeving neer. Ook in de polders ten noorden van de stad.  

Geweerkolven tegen de voordeur

persoonsbewijsHoe vergiftig je een heel volk? Met propaganda! Via de schrijvende pers, bioscoopjournaals  maar vooral met en in de ether. De Führer, én zijn spreekbuis Goebbels, hadden daar patent op. Het was geen verrassing dat de bezetter in het begin van de oorlog verordende dat iedereen zijn radio moest inleveren. Op het bezit daarvan volgde zware straffen want deportatie naar werkkampen in Duitsland. Toch waren er genoeg Nederlanders die deze waarschuwing  aan hun ‘reet lapten’.  Ook de vader van Kees.

Jetje Paerl
’s Avonds, om negen uur als de jongste kinderen naar bed waren, ging de Philips-buizenradio aan. De  zenderpijl op de BBC: Radio Oranje, de stem van bevrijdend Nederland, begon zijn uitzendingen.  Jetje Paerl zong haar lullige liedjes. Bemoedigende toespraken van Koningin Wilhelmina én het laatste oorlogsnieuws. Luisteren naar de BBC, maar vooral een radio in je huiskamer was bloedlink. Ondanks dát leverde het één van allermooiste familieverhalen op. Een scenario waarvan een regisseur in Hollywood begrijpend staat te knikken.
familiespook 012De jodenvervolging was in volle gang. Als het mogelijk was, doken de joden onder. De Grüne Polizei maakte daar een niets ontziende jacht op. Wat zich diep in nacht afspeelde. Dan waren ze er zeker van dat iedereen  thuis was.  Op een nacht klonk in de Montelbaanstraat het  gebonk van geweerkolven op deuren. Harde Teutoonse keelklanken. ‘Türen öffnen. Hausdurchsuchung. Rausch machen.’ Het geluid van met ijzer beslagen laarzen op de trap. Kees als de laatste onbewuste ooggetuige van het gezin had dat meegemaakt. Twee van die beruchte en gevreesde SD-ers in hun huiskamer. Een nachtmerrie die tot leven kwam.

Zenderpijl
‘Wij moesten van die moffen allemaal uit ons bed komen. Slaapdronken stonden wij in de huiskamer. Die ene mof begon te tellen. Acht Kinder? Mann, du bist verrückt’, baste hij tegen pa.’ En wat als een scherp geslepen zwaard boven het gezin hing, gebeurde. De radio in de hoek van de kamer werd ontdekt. De zenderpijl op de BBC. ‘De ene mof keek begrijpend naar zijn kameraad,  vertelde mijn pa nadien. ‘Je zag ze denken. Als wij die man, mijn vader, meenemen, stort dat gezin in elkaar. Een patstelling. Om hun eigen status te redden, loste die ene SD-er dat prachtig op. Ach, Heini, mit  so viele Kinder hier, sind keine Juden. Vervolgens deden ze net of er geen radio stond en vertrokken weer.
familiespook 068Mijn vader, een brandende haat jegens moffen, vertelde tot aan zijn dood, in 1965,  dat er ook goede Duitsers waren. Waarmee hij die twee SD-ers mee bedoelde. Overigens: een dag later had pa de radio in een krantentas meegenomen en verstopt op zijn werk’.

Foto 1: Het persoonsbewijs van moeder Coba.
Foto 2: Het gezin tijdens de oorlog anno 1942.
Foto 3: Vader Kees. 

Sigaren en ‘jajem’ voor van Kampen

NL-HaNA_2.24.10.05_0_120-0725Begin december 1944. Het spook van de hongerwinter klopte op de poorten van de stad. Geen voedsel. Totáál gebrek aan brandstof. Bijtende kou. Amsterdammers stierven als ratten. Begraven was niet mogelijk. De aarde was diep bevroren. Lijken werden, met tientallen tegelijk  in de Zuiderkerk gelegd. De zogenaamde ‘hongertochten’ namen een aanvang. Want radeloze, desperate hongerlijders, op fietsen, voorzien van houten banden, trokken richting Friesland om voedsel te bietsen bij de boeren. Enfin, lees de geschiedenisboeken.
Wij gaan verder met het verhaal van Kees, zoals híj dat beleefd had. Maar eerst iets vertellen over ‘de boeren’. Die niets tekort kwamen. Schuren en opslagplaatsen vol voedsel: waar woekerprijzen voor gevraagd werd. En toch, tóch miste de boer wat. Iets wat niet meer te krijgen was. En wat Kees senior wél had: sigaren en jenever!
Hoe Kees’ vader aan dat laatste kwam…

Deal
‘Pa kende de bedrijfsleider van likeurstokerij Wijnand Fockink persoonlijk, gevestigd in de Pijlsteeg, heel goed. Pa, assistent-inkoper bij het Algemeen Handelsblad, was ook een zeer verdienstelijke kunstenaar want tekenaar en etser. Dat deed hij in zijn vrije tijd. De bedrijfsleider was twaalf en halve jaar getrouwd en wilde zijn vrouw een tekening geven. Eén van de hand van mijn vader.’ De deal werd gemaakt. De man vroeg aan Kees’ ouwe heer wat de prijs was. ‘Twee kruiken jenever’, was het antwoord. Vader kreeg die kruiken. Eén bewaarde hij. Met de ander ging hij naar sigarenzaak Hajenius, nog steeds gevestigd op het Rokin. Deze kruik ruilde hij daar voor twee kisten met vijftig sigaren elk. Eén kist bewaarde hij zelf en met die ander toog hij weer richting Pijlsteeg.
keeswijnandf 026Daar was hét dan: ruilen? Maar dan wel voor twee kruiken jajem: zoals ‘ouwe’ Kees dat steevast noemde. Na een tijdje stond de kast in de voorkamer vol met kisten sigaren  en jenever. En daar ging pa mee richting de Haarlemmermeer’.

Bolknak
Vader Kees, had zijn adresje: boer Van Kampen, in de buurt van Zwanenburg. Van Kampen, een man met grote dorst die daar graag een bolknak bij weg pafte. De assistent-inkoper van het Handelsblad  kwam als geroepen. Enfin, wij laten Kees aan het woord: ‘Vader ging daar naar toe op de fiets. Krantentassen achterop. Op  de terugweg  richting Montelbaanstraat, waren deze afgeladen met tarwe, suikerbieten, aardappelen, boter, zuivel en ander voedsel. Om controles van de moffen te ontlopen, want die namen dat in beslag, deed vader boven op dat voedsel pakken kranten. Het liefst Volk en Vaderland, de partijkrant van de NSB. Dat ging altijd goed.  Wij kenden geen honger. Tijdens de hongerwinter was er geen aardappel te krijgen Iedereen at bloembollen. Wij niet. De zolder lag vol met bintjes.’ Kees senior, sociaal, een man met een ‘groot hart’. Daar kon iedereen gebruik van maken. Ook dat ene buurmeisje.

Ouwe man
‘Mijn zusje Lies had een vriendinnetje, een broodmager grietje. Toen moeder pa daar attent op maakte, mocht dat kind van hem weken lang bij ons mee eten. Net zo lang tot ze weer op kracht was. Ik weet ook nog die ene ouwe man. Een kennis van pa. Die kwam iedere middag bij ons een grote kop soep eten.’ En dan is er ook nog dat ene dramatische verhaal, door Coba nog lang na de oorlog verteld. ‘Wij kregen altijd veel visite’, herinnert Kees zich. ‘Ook tijdens die ene  sneeuwstorm toen er bij ons werd aangebeld. Op de stoep stonden twee vrouwen. Scharminkels op blote voeten. Of zij asjeblieft een boterham konden krijgen want ze hadden zo’n honger. Ze mochten boven komen en kregen van ma boterhammen besmeerd met roomboter.’ 
eNiet alleen boer Van Kampen hield van een ‘slokkie’. Ook vader Kees had op zijn tijd wel trek in een pikketanissie. Waarbij die ouwe graag een bolknak de lucht in mocht jagen. Ook tijdens de Hongerwinter. ‘Pa was een heel matige drinker. Tijdens de avonden, in d winter van 1944, ging acht uur ’s avonds de voorraadkast met jenever én sigaren open. Moeder zette op tafel twee kelkjes. Het glaasje jenever van ma werd voor de helft gevuld met suiker. Zowel pa als ma deed een hele avond over hun borreltje. Kwestie van nippen. Als ma haar glaasje leeg had en wij waren nog op, dan kregen wij allemaal een schepje met  jenever doordrenkt suiker. Was volgens haar goed tegen verkoudheid.’

Volkomen mis
Hoewel het begrip ‘recyclen’ toen ver weg was, gebeurde dat wél in de Montelbaanstraat 13. De lege stenen kruiken werden niet weggegooid. Daarvoor hadden ze een uiterst nuttige functie: als warmwaterkruik. ‘Moeder was nogal ziekelijk. Vooral in die verschrikkelijke winter. Om het ’s nachts enigszins warm te hebben, stopte ze enkele kruiken gevuld met heet water in bed. Een dag later moest Mientje, toen een tiener, deze kruiken, staand op het aanrecht, leeggooien. En daar ging het op een keer volkomen mis mee. Op een koude winterochtend stonden in de keuken vier kruiken.
jenewijnTwee zogenaamde warmwaterkruiken, en twee gevuld met oude jenever. Pa had die daar even neergezet om mee te nemen. Mijn zus, van niets wetend, liet alle kruiken in de gootsteen leeg lopen. Een kleine ramp. Die jenever was kostbaar als vloeibaar goud.’

Foto 2: Rechts moeder Coba,  haar zuster Cisca, Kees senior en zwager Willem. 

Vers gebakken, mét stroopsuiker

keeswijnandf 013Op de Nieuwmarkt tierde de zwarthandel welig. Louche types brachten het laatste voedsel aan de man: woekerprijzen want te betalen met goud. Voor de deur van de volksgaarkeuken op de Rechtboomssloot stonden dagelijks lange rijen hongerende buurtgenoten. In de hand een pannetje, waar, als ze aan de beurt kwamen, een waterig, smerig soort soep in werd gelepeld. Deze ellende ging aan Kees en zijn familie voorbij. Met dank aan de schatten die uit de krantentassen van Kees senior kwamen. Voedsel van boer Van Kampen bestond uit zijn meest elementaire vorm. De zuivelproducten werden probleemloos opgeborgen in de provisiekast. Anders was het met de tassen vol suikerbieten en tarwe. Vooral dat laatste. Als Kees dáár aan denkt krijgt hij weer  visioenen van een koffiemolen, glazenbakjes, keukenstoel én pijn in zijn arm.

Urenlang draaien
Hij gaat uitleggen: ‘Moeder deed eerst de tarwe in grote kussenslopen en borg deze op. Als ma brood ging bakken dan moest de tarwe gemalen worden’, opent hij. ‘Dat gebeurde in zo’n ouderwetse koffiemolen mét een slinger, hangend aan de keukenmuur.  In plaats van koffiebonen ging daar de tarwe in. Frans, Jan en ik moesten de molen bedienen. Urenlang. Frans, zes jaar ouder, nam de grootste portie voor zijn rekening. Als hij te moe werd, nam Jan of ik het over. Ik stond dan op een keukenstoel. Te draaien aan die slinger. Het meel kwam in een glazen bakje terecht. Bij de bakker aan de overkant, die niets meer in huis had, behalve gist, haalden wij dat laatste. Dat werd allemaal door moeder tot deeg gekneed en in een grote pan gedaan. Deze pan, afgedekt met een theedoek werd dan enkele uren op het aanrecht gezet zodat het deeg kon rijzen.’
keesoorlogs 005Voor het bakken had moeder Coba, van alle markten thuis, een creatieve oplossing.
‘Wij hadden zo’n ouderwetse grote potkachel. Bovenop zaten verschillende ringen waarmee je de brandstoftoevoer kon regelen. Moeder haalde een paar ringen van de kachel en plaatste de pan in het ronde gat tot aan de twee handvaten boven op de kachel. Na het bakproces zat er, aan de onderkant, een centimeter dikke, zwarte roetlaag op. Die werd er af geschraapt. Het brood, besmeerd met echte roomboten én stroop  was heerlijk’.
Het was een drukke bedoening in het keukentje van de Montelbaanstraat 13. Acht kinderen en twee volwassenen. Hoe de moeder van het gezin het voor elkaar kreeg, is een raadsel. Ondanks die hectiek werden de suikerbieten dáár omgevormd tot een smakelijk iets. ‘De suikerbieten gingen in een teil op het gasstel. Dat werd gekookt tot een donkerbruine stroop. Heel lekker op het brood. De geur van vers gebakken brood met die van stroopsuiker ben ik nooit meer vergeten.’

Rinus
De kennissen- en vriendenkring van de vader bestond uit alle rangen en standen van de bevolking. Ook een zekere Rinus maakte daar deel van uit. De laatste, een alcoholist met dagelijks ‘lekkere’ dorst. De naam ‘Rinus’, god hebben zijn ziel, zong tientallen jaren na de oorlog nog rond in de familie. ‘Klopt’, bevestigt Kees. ‘Rinus kocht een keer van vader een kruik jenever. Deed deze in zijn binnenzak. Althans dat dacht hij. Nadat Rinus de trap was afgestommeld hoorde wij een doffe klap. Deze kwam uit de portiek. Wij gingen meteen kijken. De kruik oude jenever was uit zijn jas gevallen en lag in stukken op de granieten grond’.
Neem een alcoholist zijn drank af, dan gebeuren er  opmerkelijke dingen. Wat dát betreft stelde Rinus niet teleur.
keeswijnandf 010‘Tussen de scherven van de kruik en de plas oude jenever lag Rinus op zijn knieën te redden wat er te redden viel. Als een bezeten hond lag hij de jenever op te likken’, vertelt Kees schaterend.

Alsof je in een tijdscapsule stapt: het keukentje van Kees. Tachtig jaar niets aan veranderd. Foto 1: Kees wijst de plek aan waar ooit de koffiemolen hing. 

Rolberoerte door feesthoedjes

Copy of familiespook 112Was bij de familie het probleem ‘voedsel’ goed opgelost. Anders was het met de brandstof. Door de spoorwegstaking, uitgeroepen door de regering in Londen, én de wurgende repressie van de bezetter, was er totaal geen brandstof meer. De winter van 1944 ging ook nog eens de boeken in als één van de koudste ooit. De Nieuwmarktbuurt kreunde onder de snijdende oostenwind. IJs op de grachten. Berijpte  ramen. Om het enigszins warm te houden verdween alles wat kon branden in de potkacheltjes. Door het weg voeren van de Joodse buurtbewoners stonden veel huizen leeg. Waarmee de onttakeling van de buurt definitief werd ingezet.
‘Vooral de verlaten Joodse winkels waren het doelwit. Alles wat daar aan hout werd aangetroffen werd er uit gesloopt. Dat ging trouwens vaak mis.

Zigeunersfamilies
Tijdens zo’n houtjacht stortte een deel van een huis op de  Oude Schans in. Een klasgenootje van mij die daar houtspaanders aan het zoeken was verongelukte dodelijk. Ondanks dát sluimerende gevaar, deden pa en broer Frans  alles om het in huis warm te houden. Op een nacht ging vader met Frans op pad. Zaag onder de arm. Doel: het hoekpand Snoekjessteeg, Sint Antoniebreestraat. Het was stikdonker. Pa was met Frans het verlaten pand binnen gedrongen. Om met die handzaag een grondbalk door te zagen. Tijdens het zagen hoorde zij iemand op straat roepen: de  ‘Grüne Polizei’ komt er aan. Ze vlogen meteen naar buiten en slopen in het donker naar huis.’
Copy of familiespook 105In een volksbuurt als die van de Nieuwmarktbuurt blijft iets niet lang geheim. Ook niet over die ene zigeunerfamilie. ‘In veel van die lege huizen trokken zigeunerfamilies in. Een van die families wonende in de Dijkstraat werd een paar dagen later door de moffen opgepakt. Deze zigeuners beschikten opeens over meerdere kisten gevuld met goud en juwelen. Gevonden tussen de balken van het zelfde pand als waar pa en Frans bezig waren.’

Feest
Naar mate de oorlog vorderde veranderde, de voorheen levendige Sint Antoniebreestraat met zijn vele Joodse winkels in een lugubere, doodse straat. De meeste huizen waren van al het hout gestript. De  winkels waren óf dichtgetimmerd dan wel  leeg geroofd.  Of het door de nering kwam óf omdat er niets te vieren viel is niet duidelijk. Feit was dat door de buurt iets over het hoofd was gezien. Behalve door de broertjes Jan en Kees.
‘In de Klovenierssteeg, lopend van de Sint Antoniebree naar de Kloveniersburgwal was een pakhuis waarin feestartikelen waren opgeslagen. Waarschijnlijk was er die nacht ingebroken.  Jan en ik kwamen uit school, en liepen daar langs. De deur stond open. De grond van de opslagruimte lag bezaaid met feestartikelen,  vlaggetjes, toeters,  hoedjes. Allemaal in de kleuren oranje dan wel rood-wit-blauw.
Copy of familiespook 034Mijn moeder kreeg een rolberoerte van de schrik toen wij luid zingend, ‘oranje boven’ toeterend met die vlaggetjes de straat in kwamen. Je moet namelijk weten dat iedere Koningsgezinde uitingen door de moffen zwaar werden afgestraft.

Foto 1: Vader Kees met Reggie, Mientje én Lies. Foto 2: Oorlogswinter in de Montelbaanstraat. Rechts aan de slee Kees met Jan, staand rechts op de stoep Mientje. Vooraan op de slee, Ansje. Foto 3: Rechts Lies, samen met Jan, helemaal links Ansje. Op de slee Rietje, naast haar Reggie.