Montelbaanstraat, familiestraat

12167426_1691674357733544_861608504_n‘Wil je een borreltje’? Zonder het antwoord af te wachten, plaatst Kees een kruik ‘jajem’ op tafel. Met een soepele draai wordt de dop er afgeschroefd. Oude jenever! Ouderlingen en dominees weten daar wel raad mee. En waar het Amsterdamse proletariaat van ‘voor de oorlog’ bijna aan ten onder ging. De kruik jenever, tevens hét symbool waar het gezin veilig en zonder honger de oorlog mee door kwam: waar ik straks op terugkom.
Aangeschoten
Kees verhaalt eerst over zijn familie. Ras Amsterdammers. Een geslacht van diamantslijpers. Opa, ooms, tantes, neven, broers en zusters, allemaal waren ze werkzaam als diamantslijper- of snijder. Afkomstig uit de Duvelshoek, dat merkwaardige, begin jaren twintig gesloopte buurtje tussen de Reguliersstraat, Rembrandtsplein én Munt, en waar nu onder meer het Tuschinsky Theater staat. Na eerst een aantal jaren in de Moddermolensteeg, midden in de ‘Jodenhoek’, gewoond te hebben betrok het gezin een woning in de zojuist opgeleverde Montelbaanstraat. ‘Wij kwamen te wonen op nummer 13, waar ik ook geboren ben,’ opent Kees. ‘Niet veel later volgden mijn opa en opoe die boven ons kwamen te wonen.
Twee huizen verder, op nummer 9, kwam ome Jan, de broer van mijn vader met zijn vrouw en zes kinderen, te wonen.  En op nummer 1, werd het domicilie van tante Jo, de zus van pa, met haar gezin.’ Dat zijn meteen mijn eerste herinneringen aan de oorlog’. Kees vertelt hoe hij als jochie van zes, al spelend op de Oude Waal terechtkwam en op het dak van het Scheepsvaarthuis opeens soldaten met luchtafweergeschut zag.
Gezapige
‘Dat staat nu nog op mijn netvlies’, verzekert hij. ‘Het waren Nederlandse soldaten, want dat herkende ik veel later aan de vorm van hun helm.’ Thuis gekomen hoorde ik mijn vader tegen ome Jan tekeergaan over het bombardement op Rotterdam. Als pa op dreef was, moesten wij, de kinderen, ons rustig houden. En vooral niets zeggen. Zo ging dat in die tijd.’
Project1Het gezapige, vredige leven in de Nieuwmarktbuurt  stopte  eind september 1940, letterlijk met één klap. Een aangeschoten Engelse bommenwerper liet zijn vracht los boven de buurt. De speeltuin, achter de ouderlijke woning, én een huis op de Rechtboomssloot kregen voltreffers. De daarbij behorende bomscherven zorgden later voor prachtige anecdotes. ‘Mijn zusje Ans, een baby van drie maanden, sliep in haar wiegje onder het raam van de slaapkamer grenzend aan de speeltuin. Alle ruiten vlogen er uit’, vertelt Kees met veel gevoel voor spanning. ‘Mijn zusje  lag zelf, letterlijk, onder een deken vol glasscherven. Ze mankeerde niets. Bij een buurvrouw verder in de straat en slapend in zo’n ouderwetse ijzeren ledikant, vloog een scherf naar binnen. Die bleef steken in dat metalen bed. Een andere buurvrouw, tante Trijn genaamd, kreeg een scherf in haar longen en verbleef maanden in het ziekenhuis.
familiespook 056Ook mijn  opa en opoe, boven ons, kregen hun portie. Opa zat op de WC. Toen hij opeens grote gaten zag verschijnen in de muren boven en om hem heen. Een grote scherf was dwars door het huis gevlogen. Dat die ouwe moest kakken had hem het leven gered. Je moest er toch niet aan denken dat hij de aardappels stond af te gieten…’ Het laatste was niet zó verwonderlijk. De man stond bekend als een groot ‘innemer’.

Schuilkelders
Zo’n anderhalf maand na het uitbreken van de oorlog  begonnen de massale Engelse bombardementen op Duitsland. Iedere nacht vlogen hele eskaders Lancasters, Mosquito’s, en Spitfires over de stad.
‘Ik weet nog dat thuis, in de meidagen van 1940,  alle meubelen aan de kant werden geschoven. Ome Jan met vrouw en kinderen, kwamen bij ons. En met zijn allen sliepen wij dan op de vloer van de huiskamer. Onder meer onder de grote tafel. Schijnveiligheid natuurlijk.’
Kees gaat door met onthullingen en heeft het over de schuilkelders én het daarbij behorende luchtalarm. ‘Bij ons aan de overkant bevindt zich een groot gebouw. Daaronder een gigantische kelder. Deze werd iets later ingericht als schuilkelder. Voor de kelderraampjes zandzakken.
keesoorlogs 015Kan mij nog een keer herinneren dat midden in de nacht het luchtalarm af ging. De hele buurt stormde, soms nog in nachtkleding, naar die kelder. Wij ook. Kwamen wij in die kelder raakte mijn moeder helemaal over haar toeren. Zusje Ansje, een paar maanden oud was vergeten. Ma hals over kop weer terug.’

Foto 2: De hele familie, op vader Kees na, was  werkzaam in de diamantindustrie: op de foto broer Frans. Foto 3: Kees. Foto 4: Mientje. Foto 5: De ingang van de schuilkelder in de Nieuwe Ridderstraat.

Advertenties